Laten we eindelijk normaal doen over asbest

Asbest! De vondst van dit materiaal leidt vaak tot emotionele reacties. Mannen in witte pakken rukken uit, gevolgd door cameraploegen. Ze filmen hoe straten worden afgezet met rood-witte linten. Samen versterken ze het beeld dat er iets heel ergs aan de hand is. Maar is dat echt zo?

Onze stelling is dat we asbest moeten gaan behandelen als een normaal probleem dat een normale oplossing verdient. Bewoners van wooncomplexen waar asbest wordt gevonden, wijzen daarvoor de weg. Juist zij reageren vaak nuchter en realistisch. Zij zouden dan ook meer bij de oplossing moeten worden betrokken. Zo’n nuchtere aanpak, met evenwicht tussen emotie en ratio, kan leiden tot betere en minder kostbare keuzes, zowel tijdens als na asbestincidenten.

De vondst van asbest leidt niet alleen tot paniekreacties, maar vaak ook tot een risico-regelreflex: we pakken het risico aan met nieuwe regelgeving. Regelmatig volgen meteen grootschalige, kostbare sanerings-programma’s, met ingrijpende financiële gevolgen voor de betrokken organisaties, zoals woningcorporaties. Maatschappelijke onrust en media-aandacht laten nauwelijks ruimte om het probleem normaal te benaderen.

Dat heeft te maken met de voorgeschiedenis. In de jaren zestig en zeventig zijn honderdduizenden mensen in fabrieken en de bouw aan hoge concentraties blootgesteld. Met als gevolg dat er nu jaarlijks zo’n duizend mensen eerder overlijden. Ook in het dagelijks leven was er sprake van hoge concentraties asbest, bijvoorbeeld door asbest in remblokken en wegen.

Terecht zijn er daarom vanaf de jaren tachtig eisen gesteld aan het gebruik van asbest. Vanaf 1993 is het helemaal verboden. Maar daarmee zijn we er niet: in gebouwen van vóór 1993 zit nog veel asbesthoudend materiaal. De eisen aan het saneren daarvan zijn geleidelijk strenger geworden, vanuit de redenering dat elke asbestvezel gevaarlijk is. Daarbij wordt zelden gekeken naar het nut en andere effecten van deze jacht op de laatste vezel. Ook een vergelijking met andere, vergelijkbare risico’s in de samenleving wordt nooit gemaakt.

Risico zeer klein, kosten zeer hoog.

Als we die vergelijking met andere, vergelijkbare risico’s in de samenleving wel maken, blijkt dat het risico van zogenoemd hechtgebonden asbest in woningen en daken eigenlijk heel klein is. Die asbestvezels kunnen in principe niet loskomen uit de bouwmaterialen. Daarnaast is asbest in gebouwen vaak verwerkt op plaatsen die niet direct in open verbinding staan met de lucht. Daarmee is de kans miniem dat je in het dagelijks leven ziek wordt en overlijdt als gevolg van asbestblootstelling. Het risico dat je om het leven komt door een verkeersongeval of een brand, is vele malen groter.

Maar de kosten van asbestverwijdering uit woningen zijn wél hoog. En ze worden ook steeds hoger. Dat komt door strenge wetgeving en kostbare procedures. Het geld dat we hieraan besteden, kan niet worden geïnvesteerd in andere belangrijke woningverbeteringen, zoals energiebesparing. Conclusie: de verhouding tussen kosten en baten van grootschalige asbestsanering is scheef. Elk gewonnen extra gezond levensjaar kost honderdduizenden euro’s.

Wat wil de samenleving eigenlijk?

Het is de vraag of de huidige aanpak van asbestsanering wel de juiste is. Kan dat geld niet beter worden besteed? Op die vraag zal de samenleving een antwoord moeten geven. Een begin van zo’n antwoord is er. Onderzoek onder huurders van corporatie Talis (Nijmegen, Wijchen) laat zien dat bewoners risico-realisten zijn. Zij schatten het risico dat ze zouden kunnen overlijden na een incidentele asbestblootstelling terecht klein in, in vergelijking met andere dagelijkse risico’s.

Als bewoners het zelf mogen zeggen, kiest het merendeel liever voor het energiezuinig maken van hun woningen of voor het vervangen van de badkamer of keuken, in plaats van asbestsanering. Ook als bewoners wordt gevraagd wat ze zouden doen als ze corporatiebestuurder zouden zijn, denken zij er zo over. Ze blijken een realistische risico-inschatting te kunnen maken – mits zij natuurlijk voldoende informatie krijgen. Ook tijdens incidenten is dat zo. Neem de asbestbrand van januari 2014 in Alkmaar. De burgemeester gaf de omwonenden de keuze: wilt u terug naar uw woningen, of elders overnachten? Na een persconferentie en raadpleging van de GGD kozen alle bewoners ervoor om terug naar huis te gaan.

Wij durven de stelling aan dat burgers soms béter zicht hebben op de risico’s dan de verantwoordelijke bestuurders. Na een vergelijkbare asbestbrand in december 2014 liet de burgemeester van Roermond de binnenstad voor 4 miljoen euro provisorisch schoonmaken. Hij wilde dat de inwoners geen risico’s zouden lopen. Desgevraagd had een ruime meerderheid van de inwoners het geld liever aan andere zaken besteed, zoals onderwijs en huisvesting.

Natuurlijk moeten bewoners wel altijd goede informatie krijgen over asbest in hun woningen. Niemand wil voor verrassingen komen te staan bij klussen of verbouwen.

Een nuchtere aanpak is gewenst

Wat doen we met asbest? Kiezen we voor een nul-risico, tegen hoge kosten? Of kiezen we voor een pragmatische, nuchtere aanpak? Wij pleiten voor het laatste: laten we normaal doen. Dit is een normaal probleem dat een normale oplossing verdient. Geen grootschalige saneringsprogramma’s, maar saneren als nodig, zoals bij grote risico’s op blootstelling. Daarnaast aansluiten bij natuurlijke momenten, als groot onderhoud en sloop. En tot die tijd de bewoners goed informeren en betrekken bij afwegingen en keuzes. Laten we emoties niet de boventoon laten voeren. Dat leidt tot betere, rationele beslissingen en een verantwoord omgaan met maatschappelijke budgetten. Niet alleen tijdens incidenten, maar ook daarna.

Ronald Leushuis, Bestuurder woningcorporatie Talis, Nijmegen
Ira Helsloot, Hoogleraar Besturen van Veiligheid, Radboud Universiteit, Nijmegen
Fred Woudenberg, Afdelingsmanager LO GGD, Amsterdam
Piet Bruinooge, Burgemeester gemeente Alkmaar
Henk Peter Kip, Directievoorzitter woningcorporatie Mitros, Utrecht
Berend van der Ploeg, Bestuurder Attent, Zorg & Behandeling, De Steeg

Het onderzoeksrapport “Inzichten in de omgang met de risico’s van asbest” kunt u downloaden op www.crisislab.nl.

Nationale Asbest Conferentie

Ira Helsloot en Piet Bruinooge zijn spreker op de Nationale Asbest Conferentie. De Nationale Asbest Conferentie is hét jaarcongres waar jaarlijks meer dan 150 experts uit de sector samenkomen om volledig te worden geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen en kunnen leren van elkaars ervaringen door een diversiteit aan praktijkcases.
Benieuwd naar het volledige programma? Bekijk het congresprogramma.

Bekijk ook

Inwerkingtreding Omgevingswet vraagt extra tijd

De invoering van de Omgevingswet kost meer tijd dan verwacht. Dat schrijft minister Stientje van …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *