Interview met Maxime Verhagen, Bouwend Nederland

Op 26 september spreekt Maxima Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland, op het Nationaal Wegencongres hij zal het daar hebben over vernieuwing en innovatie in de sector. Voorafgaand heeft Maxime Verhagen een interview aan ons gegeven waar hij al voor een gedeelte zijn visie geeft over de toekomst van de sector.

Bekijk het interview 

Transcriptie van het interview

De tijd voor de grote uitbreidingslocaties, de Vinex-locaties naast de grote steden, is naar mijn mening voorbij. Er zal weliswaar druk op die grootstedelijke gebieden blijven bestaan, maar dat zal zich met name richten op een verandering in de stad zelf met verdichting binnen de bestaande bouwomgeving. De vraag naar parkeermogelijkheden onder de grond of over de bestaande gebouwen heen, dat vraagt ook een andere wijze van infrastructuur.

Waar je ook aan moet denken is dat een heleboel punten van de infrastructuur in Nederland, als het gaat om bruggen, kunstwerken en dergelijke, die zijn allemaal aangelegd in de jaren ’50, ’60, ’70, de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Veel van die werken zijn inmiddels toe aan vervanging, want die hebben een levensduur van een jaar of 50. Een sluis gaat wel 100 jaar mee, maar bruggen en dergelijke 50 jaar. Verder is het ook zo dat door het zwaardere en intensievere verkeer de eisen die aan zo’n brug gesteld worden hele andere zijn dan toen die gebouwd werd. Je zult in de komende 20 jaar een enorme vervangingsvraag gaan krijgen, wat met name in de infrastructuur veel werk met zich mee zal brengen.

De komende jaren zul je op het punt van duurzaamheid veel meer de vraag gesteld zien door de opdrachtgever die meer en meer gaat eisen dat de productie, maar ook het eindproduct duurzamer is, dat men rekening houdt met het beslag op het milieu. Tegelijkertijd zie je ook dat je een doorontwikkeling zult krijgen in de komende jaren van toepassingen in alle fasen van het bouwproces, op het punt van producten, van materialen, van consequenties voor de leefomgeving.

Bij veel opdrachtgevers, of dat Rijkswaterstaat is, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Economische Zaken en Defensie, opdrachtgevers die op het punt van infra en bouw actief zijn, zie je dat die meer en meer duurzaamheidaspecten vanaf de eerste fase in de bouw al toegepast willen zien. Die willen dat de kennis die er is bij bedrijven over verduurzaming, beter benut wordt. Dat geeft ook wel aan dat die opdrachtgever niet alleen die vraag moet stellen, maar ook de ruimte moet laten aan het bedrijf om het toe te passen. Op het moment dat je bijvoorbeeld alleen maar de laagste prijs als eis stelt bij je aanbesteding, dan weet je zeker dat de kennis en kunde die er is op het punt van duurzaamheid niet ten volle benut kan worden. Dus je moet ook die ruimte laten.

In zijn algemeenheid is het naar mijn mening zo dat de meeste innovatie en de beste duurzaamheid die werkelijk ook beklijft, gedragen wordt door de sector zelf. Met ander woorden dat het in een samenspel tussen ondernemers, overheid en kennisinstellingen tot stand komt in plaats van dat het van bovenaf opgelegd wordt. Als je vanuit een Haags bureau gaat bedenken wat er allemaal moet, dan wordt het niet werkelijk gedragen door de sector. De meeste vooruitgang krijg je als het in een samenspel tussen ondernemers, overheid en kennisinstellingen tot stand komt.


 

De sector staat voor een enorme uitdaging: innoveren om zo marktkansen te creëren. Mobiliteit en infrastructuur van de toekomst, dat is waar het om gaat! Op 26 september treffen opdrachtgevers en opdrachtnemers in de GWW sector elkaar tijdens het Nationaal Wegencongres. De dag waar alle actualiteiten in de infrastructuur aan bod komen.

 

Bekijk ook

Inwerkingtreding Omgevingswet vraagt extra tijd

De invoering van de Omgevingswet kost meer tijd dan verwacht. Dat schrijft minister Stientje van …