Vlak Nederland tunnelexpert

Na alle debacles wil Den Haag nu standaardisatie bij tunnelveiligheid. Een verademing voor de bouwers.

Door Paul Bots

Het vlakke Nederland heeft er een opvallend nieuw exportproduct bij. Kennis over tunnelveiligheid. Morgen wordt met een hamerklap in de Eerste Kamer vastgesteld welke beveiligingsinstallaties in alle nieuwe rijkstunnels in Nederland moet hangen. De voorschriften zijn inmiddels al op verzoek van buitenlandse tunnelbouwers vertaald in het Noors en het Zweeds en worden tot in Australië gebruikt.

En dat allemaal als gevolg van de harde les die toenmalig verkeersminister Camiel Eurlings moest leren tijdens zijn regeerperiode van 2007 tot 2010. Twee tunnelprojecten liepen vast door gedoe tussen gemeenten en Rijk. De tunnels in de nieuwe Limburgse snelweg A73 werden landelijk het lachertje, omdat ze om de haverklap dicht moesten vanwege technische problemen met de hypermoderne apparatuur. Even later weigerde de gemeente Utrecht de benodigde vergunningen voor de Leidsche Rijntunnel. De gemeente was niet overtuigd van de veiligheid en durfde daarom niet garant te staan.

Het leidde tot zoveel gezichtsverlies, politiek rumoer en ergernis dat Eurlings besloot de regels aan te scherpen. Geëxperimenteer met nieuwerwetse blussystemen en andere veiligheidssnufjes zijn voortaan taboe. De ‘spullenboel’, zoals het in vakkringen wordt genoemd, moet bestaan uit materiaal dat zijn doelmatigheid heeft bewezen. 

Waar ging het mis? De gemeente moet de vergunningen afgeven om de tunnels open te stellen en is vervolgens verantwoordelijk voor de veiligheid. Een zware last op de schouders van het lokale bestuur. Dat eist dan ook zekerheid over de veiligheid. Als dat betekent dat er extra investeringen nodig zijn, doet dat diezelfde gemeente geen pijn, omdat het Rijk de rekening betaalt. Gevolg: de eisen lopen op, net als de kosten. In de A73-tunnels hingen op een gegeven moment meer dan vijftig systemen die voor een groot deel via computerlijntjes met elkaar moesten communiceren. Toen dat onmogelijk bleek, is een groot deel van de apparatuur weer uit de tunnels gesloopt en vervangen door simpeler varianten waarvan is bewezen dat het functioneert. Die werkwijze wordt nu dus verplicht voor alle nieuwe rijkstunnels. 

Een maatregel die leidt tot extra kosten, bleek vorige week tijdens een congres over tunnelveiligheid van het Nederlands Instituut voor de Bouw. Nieuwe systemen zijn immers vaak bedoeld om kosten te besparen. Daar komt nog eens bij dat tunnelbouwers gratis advies konden halen bij de Commissie voor Tunnelveiligheid. Die verdwijnt. Wegbeheerders zullen voortaan hun advies bij dure bureaus moeten inkopen. Er blijft alleen een soort centraal archief over, alleen voor algemene vragen. Is het gedoe met de nieuwe regeling voorbij? Niet helemaal. Gemeenten blijven eindverantwoordelijk. Maar hun invloed is beperkt door de wettelijk voorgeschreven standaardinrichting. Dat scheelt een hoop gedoe. Al moeten theorie en praktijk nog wel op elkaar afgestemd worden. Bij de aanleg van een dubbeldekstunnel in de A2 bij Maastricht is al gewerkt volgens de nieuwe voorschriften. De papierwinkel die dit oplevert kan kleiner, zo wordt daar geconcludeerd. En maatwerk blijft nodig. Maar onder de streep zien de bouwers de voorgeschreven standaard als een verademing.  

Bron: De Persdienst, de landelijke redactie van dertien regionale dagbladen
Datum publicatie: 3 juni 2013

Bekijk ook

Inwerkingtreding Omgevingswet vraagt extra tijd

De invoering van de Omgevingswet kost meer tijd dan verwacht. Dat schrijft minister Stientje van …