Hoe verbeteren wij de leefbaarheid van binnensteden echt ?

Het OV Congres en de Masterclass staan in het teken van de reiziger en het leefklimaat van de stedelingen. Om het leefklimaat van de steden werkelijk te verbeteren, moet er – gelet op de nieuwe vormen van mobiliteit – binnen het NIB als de wiedeweerga worden gewerkt aan de ontwikkeling van de noodzakelijke (integrale) projecten en infrastructurele voorzieningen!

In menig grote stad in Nederland wordt van alles geroepen over de noodzaak van een beter leefklimaat en schonere lucht. Door de (nieuwe) wethouders worden kris kras maatregelen aangekondigd. Er lijkt beweging te zitten in verbetering van de luchtkwaliteit van de binnensteden. De meeste maatregelen hebben betrekking op het verkeer, omdat dit in de centra van grote steden nog een grote milieuvervuiler is. Denk aan CO2, fijnstof en ook aan geluid. Maar het effect van die maatregelen is marginaal. Ze zijn vaak kostbaar en leiden tot weerstand. Neem bijvoorbeeld het grootschalig invoeren van parkeerplaatsen met een laadpaal voor personenauto’s. Alle genoemde kenmerken zijn hierbij helaas waar.
En toch moet er wat gebeuren om de problemen van luchtverontreiniging, zoals die er al zijn in de grote dichtbevolkte steden (vergelijk Londen, Parijs en de grote Chinese steden) ook in onze binnensteden verder te laten afnemen.

Laadpalen

De invoering van laadpaaltjes is ingegeven door het feit dat elektrische aandrijving emissievrij is. In ieder geval daar waar deze tractie wordt gebruikt, want de veelbesproken Well to Wheel berekeningen en de mogelijke milieuconsequenties veroorzaakt door de batterijcomponent, worden hier buiten beschouwing gelaten.

Focus is het bedreigde leefklimaat in de steeds dichter bevolkte en bezochte binnensteden te verbeteren. Dat is “laaghangende fruit”, want naast die personenauto’s, waaronder ook taxi’s, rijden er ook nogal wat bestel-en vrachtwagens en natuurlijk de bussen. Daar wordt soms ook wel wat aan gedaan. Oude diesels uitbannen is zo’n maatregel. Al gebeurt dat in Nederland erg ongenuanceerd.

Steden met elektrisch OV, zoals tram en metro, zijn in het voordeel, omdat die vorm van OV vrij schoon is. Zo kan Amsterdam, als de Noord/Zuidlijn eindelijk gaat rijden, rekenen op een grote afname van het aantal busdiensten. En dat reduceert de totale luchtvervuiling door het OV (van het GVB) aanzienlijk. Maar daarmee zijn ze er in Amsterdam nog lang niet. En dat beseffen ze ook wel.

Duurzame vervoermiddelen

Er wordt wel geëxperimenteerd met duurzamere vervoersmiddelen, zoals met enkele elektrische stadsbussen (bijv. bij de RET) en met elektrische stadsdistributie (hier en daar een gemeentewagentje en een paar e-trucks van Heineken). Maar, op z’n Hollands gezegd: “Dat zet geen zoden aan de dijk”. Al een vijftal jaren volgt (vaak gestimuleerd door subsidies) de ene testcase de andere pilot weer op, waardoor men (de zittende bestuurders) denkt “ wat aan de problemen te doen”. Maar, in feite wordt een transitie naar substantieel minder vervuilend vervoer hierdoor alleen maar uitgesteld.

Waarom eigenlijk ? Het is namelijk heel goed mogelijk om nu al een royale transitie te maken naar schoner binnenstedelijk vervoer. Utrecht en Arnhem hebben in dat opzicht al wat stappen in de goede richting gezet.
Volledig elektrisch OV en transport in de binnensteden kan technisch gewoon. Het moet alleen wel worden gefaciliteerd en pas dan kan het (reëel en op grotere schaal) worden afgedwongen.

Er zijn voldoende betrouwbare elektrische bussen en busjes en transporters voorhanden. Misschien iets duurder (nog), maar vaak duurzamer en gunstig in verbruik. De praktijk toont aan, dat het ook kostentechnisch wel lukt en bovendien zal men beseffen dat dit soort vervoer op den duur toch als enige zal worden toegelaten in druk bevolkte gebieden.

Wist u dat het vervangen van één dieselbus door een e-Bus hetzelfde positieve effect voor het milieu (luchtkwaliteit) heeft als het omwisselen van 100 (!) bestaande auto’s door elektrische auto’s ? !
Over slagen maken gesproken… Het rijden met elektrische bestelwagens of desnoods zelfs e-trekkers, heeft ook als voordeel dat “slottijden” kunnen worden opgerekt, gewoon omdat deze wagens stil hun werk kunnen doen. Rotterdam houdt daar al rekening mee.

Voorwaarden

Elektrische tractie in de binnenstad kent in feite alleen maar voordelen, maar er zijn wel voorwaarden aan verbonden. Zo dient er te worden gezorgd voor oplaadpunten (voor bussen bijv. bij het CS) en voor overslagplaatsen met laadstations aan de randen van de stad (zogenaamde Hubs). In die voorzieningen moet nu worden geïnvesteerd. Het NIB-congres moet dat inzien, want zonder deze randvoorwaarden zullen milieueisen van een metropool, zoals het verbod op vuile diesel motoren en de verplichte inzet van e-bussen, maar moeizaam kunnen worden opgelegd. Het beschikken over goede “E”-voorzieningen (E-Hubs) maakt de weg naar verantwoord vervoer en OV in binnensteden pas echt vrij.

Auteur: Jen Fongers / lid van de werkgroep: The Real Green Deal.


Innovaties in het Openbaar Vervoer

Meer informatie? Bekijk het programma van het Nationaal Congres Openbaar Vervoer

 

Bekijk ook

Bewuste Bouwers ontwikkelt normkaart Corona voor bouwbedrijven

De maatregelen die genomen moeten worden in de strijd tegen het Covid-19 virus hebben ook …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *