Home » Mobiliteit » “Hevel goederentransport over van de weg naar het spoor”

“Hevel goederentransport over van de weg naar het spoor”

Interview Steven Lak

Als voorzitter van de spoorgoederentafel heeft Steven Lak een aardig beeld van de ontwikkelingen op het gebied van het spoorgoederenvervoer. Wij vroegen hem ons deelgenoot te maken van zijn laatste inzichten.

 

Hoe ziet het Nederlandse spoorgoederenvervoer eruit?

“Op dit moment wordt in Nederland jaarlijks zo’n 40 miljoen ton aan goederen via het spoor vervoerd, van Nederland naar het buitenland of vice versa of binnen Nederland. Het ligt al een aantal jaren ongeveer rond dat niveau. Het gaat om drie hoofdstromen: containervervoer, vervoer van droge bulk zoals kolen en ijzererts en tot slot chemicaliën, al dan niet in vloeibare vorm.”

Met name die laatste categorie baart gemeenten aan het spoor zorgen, niet?

“Klopt. En dat best merkwaardig. Als je ziet hoeveel goederen er in ons land worden vervoerd en hoe weinig incidenten ermee zijn, dan lijkt er weinig grond voor grote zorgen. Het merendeel van de gevaarlijke stoffen wordt in ons land vervoerd via pijpleidingen. Een groot deel gaat via het spoor en de binnenvaart, maar ook het wegvervoer neemt een substantieel deel van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor zijn rekening. En daar gebeuren vaker incidenten mee dan op het spoor. Natuurlijk: veiligheid blijft een punt van aandacht. Maar sommige industrieclusters zoals Chemelot in Zuid-Limburg zijn alleen bereikbaar via het gemengde net. We proberen het goederenvervoer zoveel mogelijk over de Betuweroute te leiden, maar dat lukt niet altijd. Zo is de aansluiting in Duitsland nog niet klaar. Bovendien moet je soms uitwijken naar een andere route als er onderhoud wordt gepleegd.”

U zegt dat het goederenvervoer via het spoor de laatste jaren amper is gegroeid. De economie groeide wel. Hoe kan dat?

“De groei van het goederenvervoer is vrijwel geheel geland bij het wegvervoer. Dat komt onder meer omdat vervoer via het spoor te duur was. Dat gaat trouwens veranderen; we hebben afgesproken dat de gebruiksvergoeding die de sector aan ProRail betaalt wordt gehalveerd.”

Wat is de grootste uitdaging voor het spoorgoederenvervoer in Nederland?

“De capaciteit. Die valt weer uiteen in een aantal delen, zoals het aantal beschikbare tijdspaden voor het goederenvervoer. Goederenvervoer heeft een andere dynamiek dan personenvervoer. Personenvervoer verloopt in principe een jaar of langer op dezelfde manier. Bij goederenvervoer ligt het anders. Als de markt groeit, groeit ook het goederenvervoer. Hoe pas je die groei dan in binnen het personenvervoer? Dat is een heel gepuzzel. Een andere uitdaging is Europees: de invoering van het ERTMS, het uniforme spoorbeveiligingssysteem voor heel Europa. Dat moet je in Europees verband goed harmoniseren, want anders heb je locomotieven nodig die allerlei systemen aan boord hebben. Als ERTMS overal werkt, wint het Europese spoor aan capaciteit, onder meer omdat treinen dan veel korter op elkaar kunnen rijden.”

Wat is er volgens u nodig om de ambities voor het spoorgoederenvervoer waar te maken?

“De uitrol van het ERTMS en het goedkoper maken van het spoorgoederenvervoer. Dat laatste is een punt van permanente zorg, want het is lood om oud ijzer als je de gebruiksvergoeding aan ProRail verlaagt als je tegelijkertijd voor andere diensten, bijvoorbeeld wachten of een bepaalde service op het rangeerterrein van Kijfhoek, meer zou moeten gaan betalen. Verder: een uitbreiding van de capaciteit. Daarbij denken we eerder aan betere benutting van de huidige capaciteit dan aanleg van nieuw spoor. We hebben drie speerpunten. Allereerst: langere treinen – 740 meter in plaats van zo’n 650 meter. Daarmee vergroten we het rendement van goederentreinen met een kleine 15 tot 20 procent. Als je dat goed doet zijn aanpassingen aan de infrastructuur niet nodig. Tweede speerpunt is verbetering van de ‘last mile’. Dit gaat over de efficiëntie van de samenwerking op de plaats van bestemming tussen partijen zoals ProRail, de terminals, agenten en expediteurs. Met goede data-uitwisseling is daar nog wel een slag te maken. Het derde punt is de borging van de spoorgoederencapaciteit door het ERTMS.”

Wat kunnen wij leren van het spoorgoederenvervoer in het buitenland?

“De mix tussen vervoer over de weg, per spoor of via het water is in ieder land anders en hangt af van wat er aan infrastructuur aanwezig is. In ons land, met zijn vele rivieren, is vervoer via het water altijd belangrijk geweest. In Duitsland was dat vooral vervoer via het spoor, van noord naar zuid en andersom. De Duitsers hebben dat spoor jarenlang verwaarloosd. Ze zijn nu bezig een inhaalslag te maken. Dat is een operatie die miljarden euro’s kost. De les is dus: onderhoud je infrastructuur. Tweede les: denk internationaal. Wij zijn een klein land dat moet aansluiten bij zijn Duitse, Belgische, Franse en Zwitserse partners. Verder kunnen wij van het buitenland leren hoe je omgaat met geluid en trillingen. Daar zijn zij een stuk verder in dan wij. Maar zij kunnen ook leren van ons. Aannemers als Strukton en VolkerWessels leveren grote infrastructurele projecten veel sneller op dan hun collega’s in het buitenland.”

Hoe ziet u de toekomst van het goederenvervoer per spoor over 30 jaar?

“Zover vooruitkijken is niet goed mogelijk. We mikken erop dat het volume van het spoorgoederenvervoer de komende tien jaar met 20 miljoen ton stijgt naar 60 miljoen ton in 2030. Die groei komt vooral van het goederenvervoer via de weg. Volgens TNO zou je 12 tot 13 miljoen ton kunnen overhevelen van de weg naar het spoor. Op die manier zou het goederenvervoer over de weg minder sterk groeien. Goed voor de bereikbaarheid over weg en goed voor het milieu.”

 

Dag van de Rail 2019

27 juni 2019 | LocHal Tilburg | 12e editie

Hét platform voor alle stakeholders in de railsector

Thema’s als de bereikbaarheid van de steden, de implementatie van ERTMS, cybersecurity, het gebruik van data, digitalisering, ontwikkeling van stationslocaties, verduurzaming en het inpassen van het spoor in de beschikbare ruimte zijn de afgelopen jaren veelvuldig besproken. Maar hoe kunt u hiermee vanaf morgen aan de slag?

Download de brochure

Bekijk ook

Vlog Monique Stam – de Nijs, Wethouder Gemeente Heerhugowaard

Gespreksleider expertsessie Stationslocaties, Dag van de Rail 2019   Hoe kun je als kleiner station …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *